Juliana, een boekbespreking

Als ik, later als ik groot ben, niet Alberto Manguel kan worden, dan wil ik Jolande Withuis worden – zo schreef ik op Goodreads. Ik heb haar biografie over Pim Boellaard, haar onderzoek naar de afhandeling van oorlogstrauma’s in Europa na de Tweede Wereldoorlog en haar essays over vrouwen in de literatuur gelezen. Ik vind haar analyses diepgaand en haar woorden zo eloquent. Ik zou willen dat ik zo eloquent was (en dat ik niet drie zinnen achter elkaar met ‘ik’ zou laten beginnen). Jolande Withuis is één van mijn favoriete schrijvers. Vanzelfsprekend wilde ik haar biografie van de Nederlandse koningin Juliana lezen. Dat heb ik eind 2017 gedaan en hierbij mijn boekbespreking.

Of eigenlijk kan ik over de bespreking van het boek best kort zijn. Deze bespreking gaat meer over de biografe en over een ontdekking die ik deed tijdens het lezen van dit boek. Hoewel dit de zoveelste biografie is op mijn leestlijstje en ik hier al eens verteld heb waarom ik levensverhalen zo graag lees, ontdekte ik nu pas een fundamentele waarheid over biografieën. Maar nu eerst het boek zelf.

Mijn review van het boek lees je op Goodreads hier. Juliana was geen competente koningin. Bernhard maakte het haar nog vele malen moeilijker. Withuis schrijft zo gedegen als ze altijd doet en heeft fantastisch onderzoek gedaan in met name correspondentie van Juliana. Omdat ze geen toegang kreeg tot het particuliere Koninklijk Huisarchief, was ze enigszins beperkt in haar onderzoeksmogelijkheden. Dit heeft ze heel knap opgevangen. Misschien had Withuis angst dat ze een tekort aan informatie had en herhaalt ze om die reden regelmatig wat ze al eerder heeft geschreven in het boek. Ik begrijp haar samenvattingen na hoofdstukken niet zo. Er staat niets in dat je niet vlak daarvoor al hebt gelezen.

Inderdaad heb ik door de biografie het gevoel dat Withuis informatie tekort is gekomen over Juliana’s optreden als staatshoofd. Withuis put uit de dagboeken van ministers en kan effecten van Juliana’s beslissingen lang niet altijd zien, omdat ze de documentatie voorafgaand aan de beslissingen door Juliana niet heeft kunnen inzien. De ministers spreken ook in hun persoonlijke zielenroerselen echter niet van grote beïnvloeding door Juliana. Wel van gestuntel. Dat gestuntel van de Koningin kunnen de bewindslieden ook nergens anders delen dan in hun dagboeken, dus het is begrijpelijk het daar tegen te komen wanneer de Koningin stuntelt – en dat deed ze opvallend vaak.

Een uiterst belangrijke component in Juliana’s leven is haar vrijzinnig christelijk geloof. Vatbaat voor occultisme en bakerpraatjes. Juliana wantrouwde de wetenschap. Dit zo grote aspect van Juliana’s leven is in een biografie niet te vermijden, maar in de behandeling daarvan leek het mij dat Withuis hinder had van haar eigen achtergrond. Jolande Withuis is een kind van communistische ouders. Ze weet uit eigen ervaring bijzonder veel van het CPN-milieu en, voor mij een groot pluspunt in de biografie, verweeft de standpunten van de communistische subcultuur goed in het boek. Ik kom weinig tegen dat de reacties van de CPN, die zo weinig serieus werd genomen tijdens de Koude Oorlog, worden meegenomen in een geschiedenis waar ze weinig in hebben kunnen ingrijpen.

Withuis heeft geen begrip van het christendom en begrijpt Juliana’s hunkering naar God en een door God geschonken bestemming niet. Bij de slotconclusies in het boek merkt Withuis nogmaals op hoe gevaarlijk Juliana’s vatbaarheid voor esoterie en complottheorietjes was, hoe onbegrijpelijk dat Juliana daar geen weerwoord op kreeg. Een mij logische redenatie van Withuis. Maar ze vervolgt met eenzelfde verbazing over Juliana’s religiositeit als geheel. En daar constateerde ik dat een andere biograaf dit beter had kunnen begrijpen. Dit zit nu eenmaal niet in Withuis’ vezels.

Een biografie is zo sterk als zijn biograaf. Natuurlijk al omdat die biograaf goed onderzoek moet doen en de kunst moet verstaan geschiedenis en persoonlijke beweegredenen te analyseren. Maar achtergrond, merkte ik ditmaal, speelt merkwaardig sterk mee. Withuis is één van de meest capabele biografen in het Nederlands taalgebied, maar wanneer de achtergrond van de biograaf zo verschillend is van die van de hoofdpersoon, dan blijft een deel van het karakter van de hoofdpersoon in de schaduw.

Goed onderzoek kan niet vervangen wat de biograaf als eigen achtergrond meeneemt. Begrip komt niet volledig voort uit analyse, maar ook uit gedeelde levenservaring. Biografieën zijn kwetsbaar werk.

Advertenties

One, two, three

“No one could tell me where my soul might be

I sought for God, but God eluded me

I sought my brother out and found all three:

My soul, my God and all humanity”

– Gedicht van een gevangene in een jappenkamp, geciteerd door Vivian Boland OP in It takes Three to Make a Love Story

Geloof en de irrationele voordeur

Voor zover ik wist was het idee dat je geloven maar mooi achter je voordeur doet inmiddels wel verdwenen, maar voor het eerst sinds jaren kwam ik de uitspraak anno 2016 weer tegen! En dat uitroepteken is er echt in mijn geest. Hoe kan iemand nog werkelijk denken dat geloven een huispak is dat je uit doet zodra je je jas pakt?

Stel, ik geloof dat dieren dezelfde lichamelijke integriteit toekomt als mensen. Mensen zijn zoogdieren, waarom zou het niet zijn toegestaan om proeven op mensen uit te voeren – of hen te doden – en op andere dieren wel? Met nadruk: stel.

Dat betekent dat ik geen dierlijke producten wil gebruiken. Ik wil niet medeplichtig zijn aan het schenden van mijns inziens voor dieren geldende rechten. Thuis leef ik veganistisch…en dan loop ik zo af en toe de deur uit, de straat op. Zijn er serieus mensen die eisen van een veganist dat die hele overtuiging alleen geldt als hij thuis is? Serieus?

Stel, ik heb ik een seksuele voorkeur voor mensen van het vrouwelijk geslacht en ik beschouw deze lesbische geaardheid als een belangrijk deel van mijn identiteit. Als ik tv kijk, ben ik lesbisch (en daar hoeft tegelijkertijd geen enkele praxis aan te pas te komen) en als ik werk ben ik uiteraard nog steeds lesbisch. Ook al merk je dat aan het werk uit mijn handen niet. Zijn er serieus mensen die vinden dat ik buiten mijn eigen huis niets moet uiten dat een hint geeft over mijn liefde voor vrouwelijk schoon? En eisen deze personen dan tegelijkertijd dat een hetero-vrouw dan ook nooit refereert aan háár relaties of alleen al het plezier dat het zicht op een knappe man haar geeft?

Ik beschouw me niet gediscrimineerd, al mag dat zo lijken omdat ik vind dat er ongelijk behandeld wordt. Gelukkig trekken in Nederland gelovigen zich geen reet aan van het voordeur-principe van onnadenkenden. Wat me blijft verbazen is dat dit principe aangehaald blijft worden. Er is serieus het idee dat je geloof uitoefent als een vrijetijdsbesteding en dat je andere overtuigingen kunt hebben in het maatschappelijke verkeer dan de overtuigingen die je persoonlijk houdt. Het is volgens sommige mensen dus mogelijk dat ik thuis denk dat ik (de mens) niet de maat der dingen ben en rustig een uur later buiten zal vinden dat de mens wél de maat der dingen is. En het zijn niet de minste die deze onzin roepen. Het zijn o.a. politici, journalisten en soms zelfs wetenschappers.

What the actual bloody fuck??!

Brief aan Marc

Pas toen ik deze titel formuleerde, zag ik de analogie met het boek van Henri Nouwen. Die analogie is niet doelbewust. Ik had een discussie op Facebook met een oud-collega van mij en hij heet nu eenmaal Marc.

We bespraken religieuze oorlog. De strijd tussen kampen die het eigen gelijk willen verdedigen. Marc bepleitte autonome cultuurzônes over de wereld, waarbij de ene zône zich niet mag mengen in de maatschappij-inrichting van de andere zône. Ik begrijp de belangstelling. Ik ben het met Marc eens dat cultuurverschillen, en verschillende religies, naast elkaar mogelijk moeten zijn. Als iemand geen varkensvlees wil eten, niet uit gezondheidsoverwegingen maar omdat dit onderdeel is van zijn religie, dan is ook mij dat geen doorn in het oog. Hij mag uiteraard naar Mekka bidden als dat binnen zijn religie afgesproken is en hij mag bij een jaarlijks feest de andere feestgangers overstrooien met gekleurd poeder. Ik denk zelfs dat hiervoor geen cultuurzônes nodig hoeven te zijn, en ik denk dat Marc dat met mij eens is. Je mag ook pal naast mij wonen en geen varkensvlees eten, naar Mekka bidden of een feest met gekleurd poeder vieren. Als dat poeder bij mijn voordeur is beland, poets ik even extra. Eens per jaar is dat geen enkele moeite. Komt juist wel mooi uit.

Maar ik vind wel dat er een aantal universele waarden zijn. Rechten die gelden voor ieder mens, ongeacht de cultuur. Waarden die, als ze nu nog missen, via onderwijs doorgegeven moeten worden en als dat via onderwijs niet kan, maar er wel nood aan is, dan door de cultuurzône te bevrijden van de macht die die waarden tegenhoudt. Marc antwoordde dat ik het over kruisridders had. Historisch niet juist, maar daar ga ik nu niet op in. In Marc’s interpretatie van kruisridders ben ik er één en dat is wel correct.

Ik vind namelijk dat kindbruiden niet kunnen. Elk kind moet de volledige tijd krijgen om zich op te leiden. Je kunt beter niet zwanger worden tijdens je puberteit want je voortplantingsorganen zijn nog niet volgroeid en dat kan leiden tot jarenlange lichamelijke klachten. Ik vind vrouwenbesnijdenis niet acceptabel (over jongensbesnijdenis ben ik nog niet zeker: levert het schade of niet?). De besnijdenis van vrouwen levert jarenlange medische klachten op. Ik vind dat het doden van mensen met albinisme om de veronderstelde geneeskracht van hun ledematen met hand en tand bestreden moet worden. Ik vind dat kindsoldaten een misdaad zijn. Volwassenen kunnen hun daden in een oorlog al moeilijk verwerken, kinderen missen na oorlogshandelen elk referentiekader. Je brengt kindsoldaten in een schimmige wereld (cultuurzône) waarin ze niet meer weten wat goed en kwaad is en waarin ze zich niet meer staande kunnen houden. Al hun zekerheden zijn weggehaald. Ja, ik vind dat we dat in het westen beter juridisch hebben vastgelegd en ja, ik vind dat we kindsoldaten, mensen met albinisme, vrouwen en kindbruiden in bescherming mogen nemen. Desnoods met geweld tot zij een stabiele omgeving hebben. Ja, ik vind dat we daar andermans cultuur mogen aantasten.

Niet dat we het in het westen consequent beter hebben geregeld. Ik denk dat de onvrede met onze cultuur terecht is. We hebben aangeleerd ons te richten op persoonlijk succes. We vervreemden van anderen en accepteren anderen minder snel. Mensen vereenzamen. Mensen blijven ongewenst kinderloos omdat ze te lang wachten vanwege een voor hun ongeschikte omgeving om kinderen te krijgen. Dat proberen we medisch op te lossen door mensen langer vruchtbaar te houden, maar het lichaam is het probleem niet. De omstandigheden zijn dat wel. Er zijn neutrale onderzoeken gedaan naar de bevordering van geluk. Wanneer voelen mensen zich goed? De conclusie is dat we ons beter voelen als we onderdeel zijn van een groep mensen en samenwerken. We worden gelukkig als we iets voor anderen betekenen en zij iets voor ons betekenen. We zijn kuddedieren en willen er voor elkaar zijn. Dat gaat niet goed in het westen.

Dus nee, ik vind niet dat men overal ter wereld westers moet worden en ik beschouw mezelf niet superieur. Maar je maakt mij niet wijs, Marc, dat jij kindbruiden, moord op albino’s, kindsoldaten en vrouwenverminking wel acceptabel vindt, zolang anderen dat hun cultuur hebben gemaakt.