Groepspedagogiek

The_World_Affairs_Council_and_Girard_College_present_Bill_Cosby_(6344413702)_(cropped_to_Cosby)

Toen Bill Cosby nog kón, jaren geleden, bereikte hij de publiciteit met een pleidooi voor meer ruggengraat en zelfredzaamheid bij de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten. Het was tegen het zere been. Cosby veroordeelde het slachtofferdenken en pleitte ervoor dat de zwarte gemeenschap in zichzelf investeert. Eigenlijk kun je met Bill Cosby helemaal niet meer aankomen, maar had hij een punt?

Etnisch profileren en de verwachting van politieagenten dat zwarte mannen per definitie zullen schieten zijn schering en inslag. In de afgelopen jaren zijn vele zwarte mannen het slachtoffer geworden van de (niet zelden racistische) aannames van politieagenten, van bezuinigingen op het goed trainen van die agenten bij stress-situaties en van de spijtige ervaring van politieagenten dat zwarte mannen inderdaad vaak schieten. Het gevolg is dat zwarte jongens opgroeien met geheel eigen en absurde gedragsregels in de openbare ruimte. Geen handen in je zakken stoppen, altijd overmatig beleefd blijven tegen agenten, accepteren dat je in je mooie zelf gekochte auto vaker staande gehouden zult worden. Een ander gevolg is Black Lives Matter, dat terecht breed de aandacht vraagt voor de vooroordelen van de politie en de dodelijke gevolgen daarvan.

Vanzelfsprekend is het beter trainen van de politie een oplossing van het probleem. Niet verstarren bij stress-situaties, zicht blijven houden op de realiteit en een zo breed mogelijk scala van vooroordelen hebben zodat je niet automatisch voor die ene gaat. Het kan goed zijn dat vooroordeel nr. 23 de huidige situatie is.

Een andere, banalere, oplossing voor etnisch profileren en racistisch politiegeweld zou zijn als de groepen die eronder lijden een minder opvallend onderdeel zijn van het reguliere daderprofiel. Zoals elke simpele racist het al zegt: als er niet zoveel indianen/zwarten/Marokkanen/Joden werden genoemd als gezochte criminelen, zouden ze minder als hele groep daarop aangekeken worden. Lekker makkelijke conclusie, maar hoe voorkomen de groepen als geheel de criminaliteit van een deel? En zijn ze wel één groep?

Na verschillende aanslagen door islamitische terreurgroepen werd telkens door anonimi  en politici gevraagd aan ‘de’ islamitische gemeenschap om deze aanslagen te veroordelen. Sommige moslims deden dat direct en ronduit. Vanzelfsprekend. Ze zijn tegen moord en terreur. Andere moslims vroegen zich af wat het dan deed als zij het veroordeelden. Wie van de (potentiële) terroristen luistert daarnaar? Wat heeft de maatschappij aan een veroordeling van terreur door de moslim op de hoek?

Ik vermoed veel. Ik vermoed effect. Al kan ik daarmee niet beweren dat moslims en welke andere groep dan ook verplicht zijn om amoreel gedrag altijd en als antwoord te veroordelen. In mijn eigen club is een grootscheeps schandaal aan het voortslepen ten aanzien van seksueel misbruik. De clerus heeft er (ten lange leste) veroordelend op gereageerd. De leken reageerden sneller en massaal. Een groot deel zei vaarwel. Van de mensen die bleven, was er een aanzienlijk aandeel dat opheldering, straf en scherpe maatregelen voor de toekomst eiste. Voor wie het buiten de Kerk niet gezien heeft: er is heftig veroordelend gereageerd. In de publieke opinie heerst zodoende nu het idee dat de clerus laks is en daarentegen dat de leken het seksueel misbruik niet in de hand hebben gewerkt.

Een sociaal netwerk helpt altijd. Mensen die ontsporen hebben een vangnet nodig. Dat zijn familie en vrienden, maar dat zijn ook de maatschappelijke groepen waartoe je behoort. Ook die maatschappelijke groepen waar je nooit voor gekozen hebt, zoals je etniciteit. Buurtvader-projecten en aanverwante sociale controle bewijzen dat betrokkenheid, het stimuleren van sociaal wenselijk en het afkeuren van asociaal gedrag werken – ook als je niet bevriend of genetisch verwant bent.

Het afkeuren van aanslagen zal een doorgewinterde terrorist niet verwarren. Die denkt dat iedereen behalve hij afvallig is. Maar voor de jongens aan de zijlijn die hun leven van betekenis willen maken, is het buitengewoon belangrijk dat in de verste verte iedereen terroristisch martelaarschap grondig afwijst.

Cosby had gelijk dat de zwarte gemeenschap zichzelf moet helpen. Hij had meer mogen erkennen dat een slechte startpositie (gebroken gezin, verscheurende armoede, slecht onderwijs, beroerde woonomstandigheden, gezondheidsproblemen) alles bemoeilijkt, maar het maakt uit als je allemaal uitkijkt naar elkaar. Als geaccepteerd wordt dat jouw kind ook wordt opgevoed door mensen om je heen. Als door kinderen, door jongeren, gezien wordt dat ze met positief gedrag het verschil maken. Voor zichzelf en voor anderen.

 

 

Advertenties

Civitas Christiana

Photograph_of_3_men_in_suits_participating_in_the_Alma,_WI_dam_dedication._-_NARA_-_282433

Als je wil dat mensen je standpunt willen leren kennen, dan moet je hun nieuwsgierigheid wekken. Als je dus de schadelijkheid (en smakeloosheid) inziet van de reclames van SuitSupply, plak dan geen maandverband op de posters – zoals feministen bij een vorige, vrouwonvriendelijke reclamecampagne deden en ga ook niet met folders en spandoek rond een abri staan bij het Keizer Karelplein in Nijmegen. Je wekt in beide gevallen weerzin in plaats van nieuwsgierigheid.

Afgelopen week protesteerde de behoudend-katholieke groep Civitas Christiana in Nijmegen tegen de ietwat homofiel getinte reclamecampagne van SuitSupply. Nu staat SuitSupply (verkoopt herenkostuums) bekend om hun reuring opwekkende reclamecampagnes. De feministen reageerden al tweemaal heftig op een reclamecampagne waar vrouwen als blote decoratie of seksobject werden afgebeeld. In 2016 was de tegenreactie door verder niet-georganiseerde feministen een actie maandverband plakken op abri’s en etalages van SuitSupply. Het bedrijf spint daar garen bij. Slechte publiciteit is ook publiciteit. Onderwerp van gesprek bij de koffieautomaat en het nuchtere volksdeel gebruikt de kans om weer eens te zeggen dat mensen zich niet zo druk moeten maken want wat geeft een stel blote billen nou?

Ik ken Civitas Christiana niet. Dat kan heel goed aan mij liggen. Eerder kende ik Mother Angelica ook niet en dat bleek een Amerikaanse celebrity te zijn. Als Civitas Christiana mij eerst even gebeld had, had ik ze het volgende geadviseerd:

“Ok, je hebt dus een standpunt over afbeeldingen in de openbare ruimte die neigen naar (homo-)erotiek. Je wil ertegen protesteren. Je wil dat een breder deel van de samenleving weet dat je dit niet acceptabel vindt, dat je het geen openbare afbeeldingen vindt. Nee, je kunt er met spandoeken bij gaan staan, afspraken maken voor een cameraploeg en dan een klinkende uitspraak doen. Dat kan. Zorgen dat het kort en krachtig is, zodat er niet in je uitspraak geknipt kan worden. Je kunt erop rekenen dat er tegen-protest is, dat er over je gesproken zal worden. Man, je kunt er zelfs op rekenen dat mensen jouw groep gebruiken zullen om zichzelf verhevener, correcter en toleranter te bewijzen. Je zult dienen als een voorbeeld van hoe het niet moet. Zonder dat men werkelijk naar je mening heeft geluisterd. Jij bent tegen de liefde. Jij maakt mensen verdrietig. Jij bent fout.”

“Als ik je dan toch een tip mag geven: huur een abri en maak een poster met een variatie op SuitSupply. Bijvoorbeeld van een stel goedgeklede heren die bij een tweede keer kijken elkaar blijken bij te staan in een moeilijke situatie. Het lijkt alsof de ene man wordt versierd door de ander, maar nee, hij wordt in zijn rolstoel geholpen. Die vrouw die volgens SuitSupply dwars over het aanrecht wordt genaaid, die blijkt op jouw poster bij nader inzien gered te worden van verstikking met een heimlich-greep. Je hebt maar één of twee abri’s nodig en bel dan een programma als Editie NL of laat iemand anders bellen om er de aandacht op te vestigen. Dan wordt je daadwerkelijk geïnterviewd en kun je zeggen dat je dankbaar bent dat SuitSupply zoveel publiciteit genereert voor jouw standpunten, dat je begrijpt dat intieme beelden de aandacht langer vasthouden en sneller het onbewuste idee geven dat je door het kopen van zo’n pak ook goed gezoend zult worden. Dat je aan hebt willen tonen dat met andere beelden nog beter gescoord zou kunnen worden. En dat je wil zeggen dat…(en houdt dit bondig)…je zoenende mannen niet gebruikt wil zien worden door commerciële partijen om te scoren via choqueren. Dat er absurde reclames in de openbare ruimte hangen en dat dit een mechanisme van de glijdende schaal is. Als deze posters geen effect van verwondering meer op ons hebben, dan wordt de nieuwe grens van ons verwachtingspatroon opgezocht. Totdat de reclames ons afstompen en we uit lijfsbehoud niets meer ons willen laten raken. Vertel tot besluit dat je bereid bent tot meer reactionaire acties. Dat men je in de gaten mag houden.”

“Je hebt nu nog geen tijd gehad om te vertellen dat je iets tegen het praktiseren van homoseksualiteit hebt. Je hebt, gelukkig, ook nog niet kunnen zeggen dat God man en vrouw voor elkaar geschapen heeft. Gelukkig, want dat argument werkt niet in Nederland anno 2018. Daarmee verzeil je automatisch in een andere discussie dan je beoogt: God? Moeten we daar iets mee?”

“Straatinterviews of soundbites waarin welluidend en volgens de regelen van de argumentatieleer werd uitgelegd wat je tegen het praktiseren van homoseksualiteit kunt hebben, bestaan bij mijn weten niet. Als jij een goed doortimmerd verhaal hebt, kost het je tijd dat uit te leggen. Gun jezelf en je luisteraar die tijd. Zet jezelf niet in de positie waarmee je makkelijk weg te zetten bent als een hater of een vijand. Wek nieuwsgierigheid en doe in helder gedefinieerde stappen uit de doeken wat je denkt.”

Ludiek

“Nog een laatste tip: doe nooit ludiek. Nog nooit heeft een ludieke actie iets opgeleverd. De Amerikaanse Burgerrechtenbeweging deed niet aan ludiek. Het verzet in het Oostblok deed niet aan ludiek. De Nederlandse verpleegkundigen die betere arbeidsvoorwaarden willen, die doen aan ludiek. Je ziet waar het je zal brengen.”

Dat had ik met ze doorgesproken. Als ze me van tevoren hadden gebeld.

Under the banner of heaven, een boekbespreking

underthebannerofheaven

Wordt dit wel een boekbespreking? Ik zit dit in spanning met jullie af te wachten. Nu al weet ik een groot risico te lopen om de overstap te maken van de inhoud van het boek naar de inhoud van het ridicule geloof waar het boek verslag van legt. En ridicuul is mijn eigen bestempeling.

Boek en documentaire

Jon Krakauer, bestseller-auteur van Into the Wild, over een tiener die zijn burgerlijk leven plotseling vaarwel zegt en gaat zwerven richting de wouden van Alaska, schreef Under the banner of heaven naar aanleiding van een ontvoeringszaak. Zoals ik deze boekbespreking het risico loop over dat ridicule geloof te gaan schrijven, zo heeft Krakauer zelf dat risico ook gelopen en niet kunnen ontwijken. Zijn onderzoek naar de ontvoeringszaak meanderde richting de religieuze achtergrond van slachtoffer én dader. Ze waren leden van dezelfde religie en waarschijnlijk is de ontvoering geslaagd omdat de dader religieuze dreigementen uitte die het slachtoffer heel goed verstond vanwege haar achtergrond. De fascinatie voor de absurde religie van Under the banner of heaven heeft Krakauer gehouden, want jaren later maakte hij met Ron Howard een documentaire onder diezelfde naam en spitste zich daarin toe op een splinterbeweging van de religie: de fundamentalist church of Jesus Christ of Latter Day Saints (FLDS), een kerk waar ik eerder hier kort over blogte. Het was die documentaire die ik eerst zag, waarna ik het boek op zocht om te lezen.

De documentaire

Krakauer en Howard spitsen zich in de documentaire toe op Warren Jeffs, de nu gevangen zittende leider van de FLDS met zijn manipulaties, zijn seksueel misbruik van jonge kinderen en zijn stimuleren van kinderarbeid. Ik geef eerlijk toe dat ik de documentaire drie keer heb gezien. Omdat het nieuwsgierigheid naar het boosaardige in mij opwekte. Er zijn oorspronkelijke geluidsopnames in de documentaire opgenomen van Warren Jeffs die één van zijn piepjonge bruiden publiekelijk ontmaagd, waarna zij hem moet bedanken. Ik zeg dit erbij als aanwijzing van het in mij opgewekte voyeurisme. Ik was perplex dat zulke opnamen bestaan en beschikbaar zijn. Ik ben naïef, want de ene na de andere sekstape komt ook overal beschikbaar. Dat voyeurisme van mij neem ik mezelf kwalijk. Beschouw dit als een openlijke biecht.

De religie

Krakauer spreekt in zijn boek maar relatief kort over Warren Jeffs. Er zijn ook zo veel facetten om op in te gaan. Under the banner of heaven gaat over de Kerk van de Heiligen der Laatste Dagen (Latter Day Saints of: LDS). Het is de enige religie met miljoenen-aanhang die in de nieuwe wereld is ontstaan. Je kent ze ook wel onder de naam mormonen. In mijn vakgebied zijn de mormonen beroemd omdat ze fors investeren in genealogisch onderzoek. Daar wordt in het boek niet uitgebreid op ingegaan, maar dat genealogisch onderzoek dient om te wederdopen. In het mormoonse geloof kunnen overleden zielen alsnog ‘gered’ worden en met redding bedoelen ze opname in de religie. De mormonen zijn zo van deze redding overtuigd dat ze ook de slachtoffers van de shoah uitzoeken en alsnog dopen. Ze hebben daarin geen empathie. Wat ik ook al ergens had opgevangen voordat ik het boek las, is dat mormonen niet onder invloed mogen raken van substanties. Ze drinken dus geen alcohol, maar ook geen koffie en thee. Schijnt.

Dat exotisme wordt ruimschoots aangevuld in het boek. Vooral bij de stichting en de groei van de religie staat Krakauer uitgebreid stil. Joseph Smith, de man die zei profetieën ontvangen te hebben op een heuvel in Pennsylvania, is de stichter van deze nieuwe religie. Hij had een halve opvoeding genoten in christendom en daarom komt een redelijk deel van deze religie bekend voor. Daar heeft hij geput uit wat hij al wist. De verdere boodschappen die Smith kreeg van de engel Moroni op die heuvel zijn in zo’n zelfde mate absurd en onrealistisch als de naam van die engel dat ik elke bladzijde weer verbaasd was dat er serieus mensen ingetrapt zijn.

Wat tekent de religie nog meer, behalve absurditeit en hun beroemdste wapenfeit: de veelwijverij? Het zijn zeer hardwerkende mensen. Mormonen staan in de Verenigde Staten bekend als rechtlijnig, bescheiden levend, bekeerziek en wapenlievend. Vooral vanwege hun veelwijverij zijn ze hard bestreden in de 19e eeuw. Aan de kant van de mormonen én evenzo aan de kant van hun tegenstrevers zijn vele doden gevallen. Krakauer schrijft over doofpotaffaires bij massamoorden door mormonen. Na het lezen van het boek begreep ik dat aan de mormoonse zijde van de Verenigde Staten sterke behoefte is aan vrije beschikking over wapens door burgers. Ze vrezen anders vermoord te worden door hun tegenstanders.

Het boek

Het leest als een speer. De religie, de geschiedenis, de kopstukken – alles is zo absurd en misdadig dat je het verhaal niet weg kunt leggen. Krakauer is positief over het harde werken en het streven naar morele zuiverheid van gewone mormonen, maar dat is ook het enige. Je merkt dat hij de kerk, de theologie, de profetieën (die echt elke gelovige, wanneer dan ook legitiem kan hebben en mededelen) en de veelwijverij verafschuwt. Ben ik te zeer beïnvloed door Krakauers eigen negativiteit? Ik denk niet dat me dat gelukt zou zijn. Het was vooraf aan het lezen van het boek net zo duidelijk als erna: deze religie deugt niet. Theologisch niet. Het is onzin. Dat zullen veel mensen van alle religies zeggen, maar er zijn checks and balances in andere religies. Dit is door een stel kinkels bij elkaar verzonnen en mensen die de verdediging en kracht van een groep zochten, hebben zich hierbij aangesloten. De mormonen hebben geen checks and balances. Er is geen enkele controle mogelijk op de profetieën. De formele instantie van de kerk in Salt Lake City probeert het wel, maar heeft geen theologische grond om een bewering af te wijzen. Hun fundamentele theologie stelt dat je elke dag willekeurig welke opdracht van God kunt krijgen en dat dit geldig is.

Nog een spoiler

De Amerikaanse regering heeft eind negentiende eeuw de mormonen diplomatiek klem gezet. Als ze niet zouden stoppen met de veelwijverij, zouden ze niet kunnen leven in de Verenigde Staten. Sindsdien is het formeel verboden binnen de kerk en houdt men zich aan monogamie of trouwt men formeel met maar één van hun vrouwen.

Die veelwijverij, die kwam tot stand omdat Joseph Smith toen hij eenmaal macht had, ook jeuk kreeg. Hij doorzag dat hij kansen had op avontuurtjes als leider en kon zich er niet van weerhouden. Tot zijn drommelse geluk kreeg hij juist op dat moment de openbaring dat het de bedoeling is dat mannen met zoveel mogelijk vrouwen trouwen en dat vrouwen maar met één man trouwen. God danst naar onze pijpen.

 

Juliana, een boekbespreking

Als ik, later als ik groot ben, niet Alberto Manguel kan worden, dan wil ik Jolande Withuis worden – zo schreef ik op Goodreads. Ik heb haar biografie over Pim Boellaard, haar onderzoek naar de afhandeling van oorlogstrauma’s in Europa na de Tweede Wereldoorlog en haar essays over vrouwen in de literatuur gelezen. Ik vind haar analyses diepgaand en haar woorden zo eloquent. Ik zou willen dat ik zo eloquent was (en dat ik niet drie zinnen achter elkaar met ‘ik’ zou laten beginnen). Jolande Withuis is één van mijn favoriete schrijvers. Vanzelfsprekend wilde ik haar biografie van de Nederlandse koningin Juliana lezen. Dat heb ik eind 2017 gedaan en hierbij mijn boekbespreking.

Of eigenlijk kan ik over de bespreking van het boek best kort zijn. Deze bespreking gaat meer over de biografe en over een ontdekking die ik deed tijdens het lezen van dit boek. Hoewel dit de zoveelste biografie is op mijn leestlijstje en ik hier al eens verteld heb waarom ik levensverhalen zo graag lees, ontdekte ik nu pas een fundamentele waarheid over biografieën. Maar nu eerst het boek zelf.

Mijn review van het boek lees je op Goodreads hier. Juliana was geen competente koningin. Bernhard maakte het haar nog vele malen moeilijker. Withuis schrijft zo gedegen als ze altijd doet en heeft fantastisch onderzoek gedaan in met name correspondentie van Juliana. Omdat ze geen toegang kreeg tot het particuliere Koninklijk Huisarchief, was ze enigszins beperkt in haar onderzoeksmogelijkheden. Dit heeft ze heel knap opgevangen. Misschien had Withuis angst dat ze een tekort aan informatie had en herhaalt ze om die reden regelmatig wat ze al eerder heeft geschreven in het boek. Ik begrijp haar samenvattingen na hoofdstukken niet zo. Er staat niets in dat je niet vlak daarvoor al hebt gelezen.

Inderdaad heb ik door de biografie het gevoel dat Withuis informatie tekort is gekomen over Juliana’s optreden als staatshoofd. Withuis put uit de dagboeken van ministers en kan effecten van Juliana’s beslissingen lang niet altijd zien, omdat ze de documentatie voorafgaand aan de beslissingen door Juliana niet heeft kunnen inzien. De ministers spreken ook in hun persoonlijke zielenroerselen echter niet van grote beïnvloeding door Juliana. Wel van gestuntel. Dat gestuntel van de Koningin kunnen de bewindslieden ook nergens anders delen dan in hun dagboeken, dus het is begrijpelijk het daar tegen te komen wanneer de Koningin stuntelt – en dat deed ze opvallend vaak.

Een uiterst belangrijke component in Juliana’s leven is haar vrijzinnig christelijk geloof. Vatbaar voor occultisme en bakerpraatjes. Juliana wantrouwde de wetenschap. Dit zo grote aspect van Juliana’s leven is in een biografie niet te vermijden, maar in de behandeling daarvan leek het mij dat Withuis hinder had van haar eigen achtergrond. Jolande Withuis is een kind van communistische ouders. Ze weet uit eigen ervaring bijzonder veel van het CPN-milieu en, voor mij een groot pluspunt in de biografie, verweeft de standpunten van de communistische subcultuur goed in het boek. Ik kom weinig tegen dat de reacties van de CPN, die zo weinig serieus werd genomen tijdens de Koude Oorlog, worden meegenomen in een geschiedenis waar ze weinig in hebben kunnen ingrijpen.

Withuis heeft geen begrip van het christendom en begrijpt Juliana’s hunkering naar God en een door God geschonken bestemming niet. Bij de slotconclusies in het boek merkt Withuis nogmaals op hoe gevaarlijk Juliana’s vatbaarheid voor esoterie en complottheorietjes was, hoe onbegrijpelijk dat Juliana daar geen weerwoord op kreeg. Een mij logische redenatie van Withuis. Maar ze vervolgt met eenzelfde verbazing over Juliana’s religiositeit als geheel. En daar constateerde ik dat een andere biograaf dit beter had kunnen begrijpen. Dit zit nu eenmaal niet in Withuis’ vezels.

Een biografie is zo sterk als zijn biograaf. Natuurlijk al omdat die biograaf goed onderzoek moet doen en de kunst moet verstaan geschiedenis en persoonlijke beweegredenen te analyseren. Maar achtergrond, merkte ik ditmaal, speelt merkwaardig sterk mee. Withuis is één van de meest capabele biografen in het Nederlands taalgebied, maar wanneer de achtergrond van de biograaf zo verschillend is van die van de hoofdpersoon, dan blijft een deel van het karakter van de hoofdpersoon in de schaduw.

Goed onderzoek kan niet vervangen wat de biograaf als eigen achtergrond meeneemt. Begrip komt niet volledig voort uit analyse, maar ook uit gedeelde levenservaring. Biografieën zijn kwetsbaar werk.

One, two, three

“No one could tell me where my soul might be

I sought for God, but God eluded me

I sought my brother out and found all three:

My soul, my God and all humanity”

– Gedicht van een gevangene in een jappenkamp, geciteerd door Vivian Boland OP in It takes Three to Make a Love Story