Rekenschap

Vertical_Subtraction_Method_A_Step_8

Het is meer een stelling en geen feit. Een betekenisverandering die ik misschien onterecht veronderstel. Misschien is die betekenisverandering er echt: is identiteit niet datgene aan ons waar wij publiekelijk rekenschap over geven – en niet meer dan dat?

Meermaals heb ik het hier over identiteit gehad en vermoedelijk spreek ik mijn eigen teksten van vroeger nu tegen. Zeker als we welvarend zijn en tijd hebben om na te denken over onszelf, ontstaat de vraag naar onze identiteit vanzelf. Wie zijn wij, wat zijn wij? Wat is mijn publieke persona, wat ben ik maar hoef ik juist niet te delen met het publiek? Vooral dat onderscheid lijkt verloren te gaan tegenwoordig.

Eén van mijn hobby’s is het genieten van mooie stoffen. Ik verzamel plaatjes daarvan op Pinterest, ga naar musea waar mooie stoffen worden tentoongesteld en kijk op stoffenmarkten en in -winkels naar mooie motieven, weeftechnieken, glans, enz. Mijn hobby’s zijn een deel van mij, maar ik ben mijn hobby’s  niet. Dat zullen de meesten van jullie ook over jullie zelf en jullie hobby’s zeggen. Is daarmee je hobby wel of geen onderdeel van je identiteit?

Daar zat ik dus, onder andere ten aanzien van hobby’s, over te peinzen. Wanneer is iets onze identiteit en wanneer is het onze persoonlijkheid?  Ik dacht aan identificatie en legitimatie en kwam zo uit op identiteit als alleen datgene van onszelf waarover wij publiekelijk ter verantwoording kunnen worden geroepen. Ouderschap bijvoorbeeld. Dat komt met verantwoordelijkheden. De maatschappij mag iets over ons ouderschap zeggen, namelijk dat je wanneer je het gewoon niet rooit uit de ouderlijke macht kan worden ontzet. Een ander voorbeeld dient zich dan direct aan: het huwelijk of het geregistreerd partnerschap. Contracten waarmee we naast rechten ook plichten verkrijgen. Je belooft plechtig aan alle voorwaarden te zullen voldoen die de wet aan je stelt. Je bent verplicht aan elkaar zorg te verlenen in verschillende opzichten.

Je nationaliteit komt met bepaalde plichten. Een dienstplicht, in sommige landen. Dan gaat dat ook gepaard met je geslacht. In België is het je plicht om te stemmen. In Nederland komt in de nabije toekomst je plicht om te registreren waar je organen naartoe gaan na je dood. Verzaak je die plicht dan zijn je organen van je nabestaanden. Heb je geen nabestaanden, zijn je organen dan toch weer gewoon van jezelf?

Zo kom ik tot nog toe uit op vier onderdelen van onze identiteit: je geslacht, je nationaliteit, je huwelijkse staat en ouderschap.

Zijn er plichten aan je seksuele voorkeur? Niet echt.  Als je pedofilie een seksuele voorkeur beschouwt en geen posttraumatische stoornis van mensen die geen volwassen relaties kunnen aangaan, dan kun je wel van een plicht bij een seksuele voorkeur spreken. Pedofielen mogen hun voorkeur niet uiten. Maar je bent als hetero, homo, bi of aseksueel niet verplicht tot bepaalde handelingen. Je hoeft je niet te verantwoorden aan de maatschappij. Het staat niet geregistreerd. Ik ben dan geneigd om te zeggen dat je seksuele voorkeur onderdeel is van je persoonlijkheid maar niet van je identiteit.

Zijn er plichten aan je etniciteit? Los van dubbele paspoorten, die betrekking hebben op nationaliteit. Ik kan me er geen bedenken. Geen formele. Je kunt wel zaken als je plicht beschouwen. Zoals een vangnet zijn voor je sociale groep. Maar het is niet wettelijk tot je plicht te maken. Etniciteit wordt in sommige gevallen geregistreerd. Voor sociologische conclusies, vermoed ik. Dat is eigenlijk een omweg. Men wil conclusies trekken over groepscultuur en veronderstelt die per etniciteit.
Nu lijkt etniciteit mij eigenlijk geen onderdeel van je identiteit, als ik uit mag gaan van mijn hierboven gemaakte criteria. Maar het is dus identiteit gemaakt door een registratie.

Brengt je religie plichten voort. Ja. Moet je daar rekenschap over af leggen? Ja, op verschillende wijzen. Aan je gemeenschap, omdat je met elkaar op weg bent, en in negen van de tien gevallen van religie aan een hogere macht. Religie wordt in Nederland niet meer actief geregistreerd. Voor de bredere maatschappij is het je eigen verantwoordelijkheid. Maar ben je onderdeel van een gemeenschap en geloof je in een hogere macht, dan is de religie je identiteit voor je interactie met hun.

Komt je huidskleur met plichten? Medisch gezien kun je stellen dat je ‘verplicht’ bent langer in de zon te gaan als je een bruinere huid hebt. Omdat je meer tijd nodig hebt om voldoende vitamine D op te nemen. Maar niemand die je er rekenschap over af zal laten leggen als je dat niet doet. Verder wordt huidskleur niet geregistreerd en hoef je er geen verantwoording over af te leggen. Je huidskleur is niet je identiteit. Als ik mijn hier boven gestelde criteria mag volgen. Game changer.

Een voordeel van dit theorietje: waar ik geen verantwoording over hoef af te leggen is mijn zaak. Wat niet geregistreerd wordt kan me ook niet achtervolgen. Een wakende overheid is een kwetsbare macht. Bewaarde gegevens kunnen voor kwade doeleinden worden gebruikt.

Het is misschien gevoed door eenzaamheid of door de navolging van roem die tegenwoordig zo prominent is, maar we vragen steeds meer publiekelijk om erkenning. Mensen willen gezien worden, gewaardeerd, bekend, beroemd. We doen mee aan talentenjachten, reality shows, zwaaien naar de camera als we geld in het glazen huis gooien, sturen berichtjes naar de top 2000 om op tv vermeld te worden en denken dat onze mening ertoe doet op Twitter. We hebben identity politics waarmee we maatschappelijk veranderingen willen bewerkstelligen die onze identiteit dient. Dat is niet die identiteit zoals ik dat nu hier verzin. Niet een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We hebben voor dat doel een zo nauwgezet mogelijk etiket voor onszelf gevonden en dat wordt gediend door onze politieke acties. Die identiteit is gemaakt op aspecten van de persoonlijkheid. Huidskleur, seksuele voorkeur, gender, sociaal netwerk. Nu wijken we allemaal van elkaar af in persoonlijkheid en dus ook in ons gevoel voor identificatie. Politieke groeperingen op basis van waar je je persoonlijk mee identificeert zijn vloeibaar. De samenstelling en kracht wisselt voortdurend. De standpunten kunnen op elk moment een andere kant opgaan. Je hebt geen stabiele beweging om verandering mee te forceren.

En het is niet dat ik deze identificatie een waan vind. Ik wil alleen het voordeel voor het voetlicht brengen van het niet bestempelen van je persoonlijkheid tot je identiteit: niemand heeft er dan wat mee te schaften. Het is geheel aan jou.

Advertenties

Groepspedagogiek

The_World_Affairs_Council_and_Girard_College_present_Bill_Cosby_(6344413702)_(cropped_to_Cosby)

Toen Bill Cosby nog kón, jaren geleden, bereikte hij de publiciteit met een pleidooi voor meer ruggengraat en zelfredzaamheid bij de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten. Het was tegen het zere been. Cosby veroordeelde het slachtofferdenken en pleitte ervoor dat de zwarte gemeenschap in zichzelf investeert. Eigenlijk kun je met Bill Cosby helemaal niet meer aankomen, maar had hij een punt?

Etnisch profileren en de verwachting van politieagenten dat zwarte mannen per definitie zullen schieten zijn schering en inslag. In de afgelopen jaren zijn vele zwarte mannen het slachtoffer geworden van de (niet zelden racistische) aannames van politieagenten, van bezuinigingen op het goed trainen van die agenten bij stress-situaties en van de spijtige ervaring van politieagenten dat zwarte mannen inderdaad vaak schieten. Het gevolg is dat zwarte jongens opgroeien met geheel eigen en absurde gedragsregels in de openbare ruimte. Geen handen in je zakken stoppen, altijd overmatig beleefd blijven tegen agenten, accepteren dat je in je mooie zelf gekochte auto vaker staande gehouden zult worden. Een ander gevolg is Black Lives Matter, dat terecht breed de aandacht vraagt voor de vooroordelen van de politie en de dodelijke gevolgen daarvan.

Vanzelfsprekend is het beter trainen van de politie een oplossing van het probleem. Niet verstarren bij stress-situaties, zicht blijven houden op de realiteit en een zo breed mogelijk scala van vooroordelen hebben zodat je niet automatisch voor die ene gaat. Het kan goed zijn dat vooroordeel nr. 23 de huidige situatie is.

Een andere, banalere, oplossing voor etnisch profileren en racistisch politiegeweld zou zijn als de groepen die eronder lijden een minder opvallend onderdeel zijn van het reguliere daderprofiel. Zoals elke simpele racist het al zegt: als er niet zoveel indianen/zwarten/Marokkanen/Joden werden genoemd als gezochte criminelen, zouden ze minder als hele groep daarop aangekeken worden. Lekker makkelijke conclusie, maar hoe voorkomen de groepen als geheel de criminaliteit van een deel? En zijn ze wel één groep?

Na verschillende aanslagen door islamitische terreurgroepen werd telkens door anonimi  en politici gevraagd aan ‘de’ islamitische gemeenschap om deze aanslagen te veroordelen. Sommige moslims deden dat direct en ronduit. Vanzelfsprekend. Ze zijn tegen moord en terreur. Andere moslims vroegen zich af wat het dan deed als zij het veroordeelden. Wie van de (potentiële) terroristen luistert daarnaar? Wat heeft de maatschappij aan een veroordeling van terreur door de moslim op de hoek?

Ik vermoed veel. Ik vermoed effect. Al kan ik daarmee niet beweren dat moslims en welke andere groep dan ook verplicht zijn om amoreel gedrag altijd en als antwoord te veroordelen. In mijn eigen club is een grootscheeps schandaal aan het voortslepen ten aanzien van seksueel misbruik. De clerus heeft er (ten lange leste) veroordelend op gereageerd. De leken reageerden sneller en massaal. Een groot deel zei vaarwel. Van de mensen die bleven, was er een aanzienlijk aandeel dat opheldering, straf en scherpe maatregelen voor de toekomst eiste. Voor wie het buiten de Kerk niet gezien heeft: er is heftig veroordelend gereageerd. In de publieke opinie heerst zodoende nu het idee dat de clerus laks is en daarentegen dat de leken het seksueel misbruik niet in de hand hebben gewerkt.

Een sociaal netwerk helpt altijd. Mensen die ontsporen hebben een vangnet nodig. Dat zijn familie en vrienden, maar dat zijn ook de maatschappelijke groepen waartoe je behoort. Ook die maatschappelijke groepen waar je nooit voor gekozen hebt, zoals je etniciteit. Buurtvader-projecten en aanverwante sociale controle bewijzen dat betrokkenheid, het stimuleren van sociaal wenselijk en het afkeuren van asociaal gedrag werken – ook als je niet bevriend of genetisch verwant bent.

Het afkeuren van aanslagen zal een doorgewinterde terrorist niet verwarren. Die denkt dat iedereen behalve hij afvallig is. Maar voor de jongens aan de zijlijn die hun leven van betekenis willen maken, is het buitengewoon belangrijk dat in de verste verte iedereen terroristisch martelaarschap grondig afwijst.

Cosby had gelijk dat de zwarte gemeenschap zichzelf moet helpen. Hij had meer mogen erkennen dat een slechte startpositie (gebroken gezin, verscheurende armoede, slecht onderwijs, beroerde woonomstandigheden, gezondheidsproblemen) alles bemoeilijkt, maar het maakt uit als je allemaal uitkijkt naar elkaar. Als geaccepteerd wordt dat jouw kind ook wordt opgevoed door mensen om je heen. Als door kinderen, door jongeren, gezien wordt dat ze met positief gedrag het verschil maken. Voor zichzelf en voor anderen.

 

 

Polyamorie

Elkanah_and_his_two_wives

Een aanloop naar een post die ik morgen plaats. We zijn er als samenleving achter dat liefde in vele vormen bestaat. Dat het heel goed mogelijk is om verliefd te zijn op meer dan één persoon tegelijk en dat het ook heel goed mogelijk is dat je verder bent dan zo’n springerige verliefdheid en diepgevoelde liefde kent voor meer dan één partner tegelijkertijd. Wie hier nog steeds aan zou kunnen twijfelen wordt alleen al geholpen door hedendaagse media, zoals de televisiezender TLC.

Real life soaps

TLC, een echte vrouwenzender, heeft meerdere real life soaps over polyamore relaties. In ieder geval over bigamisten. Mensen die met meerdere partners tegelijk leven en daar in een private ceremonie mee getrouwd zijn. Wettelijk kun je (nog) niet trouwen met meerdere personen. Deze mensen zijn meestal met één van de partners wettelijk getrouwd en met de andere via die private ceremonies. Voor zover ik weet gaan de shows op TLC over één man die getrouwd is met meerdere vrouwen. De tegengestelde variant van één vrouw met meerdere mannen bestaat ook. En ik weet, van bijvoorbeeld de schrijver Arthur Japin, dat er polyamore relaties bestaan in de homoseksuele variant.

De shows op TLC spelen al jaren. In het begin wekten ze reuring en leidden ze tot instant succes. Inmiddels hebben we jarenlang kunnen zien dat de gezinnen functioneren en dat ze elkaar respecteren en er een vrij gelukkig leven op na houden. TLC leert ons dat we ons oordeel op moeten schorten. Dat bigamisten niet anders zijn dan wij en ze hun geluk gegund dienen te krijgen.

Maar functioneert dit?

Functioneren de gezinnen op TLC wel werkelijk? Uiteraard is het een uitvergroting. Je krijgt geen spannende tv van burgertruttigheid – al lijkt Heel Holland Bakt het tegendeel te bewijzen. In de bigamisten-shows zie je de vrouwen samenspannen tegen elkaar en als dat ze dient ook tegen de man. Hij wordt ingezet als breekijzer en vredebrenger wanneer er meningsverschillen zijn tussen de vrouwen en die meningsverschillen kunnen ook lang na zijn vredestichting nog als een veenbrand sudderen. De vrouwen zijn eerlijk dat ze elkaar lang niet altijd uitgekozen zouden hebben, ze zijn jaloers, ze zoeken allianties met de andere vrouwen wanneer ze een tegenstander vinden in een andere vrouw. Het huishouden zoals dat wordt weergegeven op TLC is een levenslange guerrilla-oorlog.

Jaren geleden heb ik met een strikt christelijke Amerikaanse een mailwisseling gehad over bigamie. Ze gaf me een korte rij bijbelcitaten als bewijsvoering dat de bijbel veelwijverij niet meer ondersteund. Ik kan die bijbelcitaten voor jullie opzoeken, maar het is eerlijk gezegd mijn werkwijze niet bij blogposts. Een deel van jullie heeft even weinig op met fundamenten in de bijbel als met fundamenten in de veda’s.

Wel wil ik hier psychologisch naar kijken. Mensen verlangen. Bereiken wat je wil brengt geluk voort. Hoe zeer kan het kwaad dat meer dan twee mensen in één relatie zitten?

Als ik naar de series kijk op TLC, de opgeklopte, gedramatiseerde series, dan komt het op mij over als een relatie die kwaad doet. De vrouwen maken de man hun boodschapper. Hij is voortdurend bezig met het sussen en bestieren van meerdere huishoudens die achter zijn rug om worden gedirigeerd in richtingen die het algemeen goed niet dienen. De vrouwen keuren elkaar en elkaars leven voortdurend. Wat betekent haar positie voor de mijne? Wat betekent de positie van haar kinderen voor de mijne? Wat betekent haar vruchtbaarheid voor de positie van mij en mijn kinderen? Het is een slangenkuil. Een vrijwillige slangenkuil, maar er zijn meer zaken die wij vrijwillig kiezen en die voor niemand goed zijn.

Ik kijk uit naar jullie reactie.

Juliana, een boekbespreking

Als ik, later als ik groot ben, niet Alberto Manguel kan worden, dan wil ik Jolande Withuis worden – zo schreef ik op Goodreads. Ik heb haar biografie over Pim Boellaard, haar onderzoek naar de afhandeling van oorlogstrauma’s in Europa na de Tweede Wereldoorlog en haar essays over vrouwen in de literatuur gelezen. Ik vind haar analyses diepgaand en haar woorden zo eloquent. Ik zou willen dat ik zo eloquent was (en dat ik niet drie zinnen achter elkaar met ‘ik’ zou laten beginnen). Jolande Withuis is één van mijn favoriete schrijvers. Vanzelfsprekend wilde ik haar biografie van de Nederlandse koningin Juliana lezen. Dat heb ik eind 2017 gedaan en hierbij mijn boekbespreking.

Of eigenlijk kan ik over de bespreking van het boek best kort zijn. Deze bespreking gaat meer over de biografe en over een ontdekking die ik deed tijdens het lezen van dit boek. Hoewel dit de zoveelste biografie is op mijn leestlijstje en ik hier al eens verteld heb waarom ik levensverhalen zo graag lees, ontdekte ik nu pas een fundamentele waarheid over biografieën. Maar nu eerst het boek zelf.

Mijn review van het boek lees je op Goodreads hier. Juliana was geen competente koningin. Bernhard maakte het haar nog vele malen moeilijker. Withuis schrijft zo gedegen als ze altijd doet en heeft fantastisch onderzoek gedaan in met name correspondentie van Juliana. Omdat ze geen toegang kreeg tot het particuliere Koninklijk Huisarchief, was ze enigszins beperkt in haar onderzoeksmogelijkheden. Dit heeft ze heel knap opgevangen. Misschien had Withuis angst dat ze een tekort aan informatie had en herhaalt ze om die reden regelmatig wat ze al eerder heeft geschreven in het boek. Ik begrijp haar samenvattingen na hoofdstukken niet zo. Er staat niets in dat je niet vlak daarvoor al hebt gelezen.

Inderdaad heb ik door de biografie het gevoel dat Withuis informatie tekort is gekomen over Juliana’s optreden als staatshoofd. Withuis put uit de dagboeken van ministers en kan effecten van Juliana’s beslissingen lang niet altijd zien, omdat ze de documentatie voorafgaand aan de beslissingen door Juliana niet heeft kunnen inzien. De ministers spreken ook in hun persoonlijke zielenroerselen echter niet van grote beïnvloeding door Juliana. Wel van gestuntel. Dat gestuntel van de Koningin kunnen de bewindslieden ook nergens anders delen dan in hun dagboeken, dus het is begrijpelijk het daar tegen te komen wanneer de Koningin stuntelt – en dat deed ze opvallend vaak.

Een uiterst belangrijke component in Juliana’s leven is haar vrijzinnig christelijk geloof. Vatbaar voor occultisme en bakerpraatjes. Juliana wantrouwde de wetenschap. Dit zo grote aspect van Juliana’s leven is in een biografie niet te vermijden, maar in de behandeling daarvan leek het mij dat Withuis hinder had van haar eigen achtergrond. Jolande Withuis is een kind van communistische ouders. Ze weet uit eigen ervaring bijzonder veel van het CPN-milieu en, voor mij een groot pluspunt in de biografie, verweeft de standpunten van de communistische subcultuur goed in het boek. Ik kom weinig tegen dat de reacties van de CPN, die zo weinig serieus werd genomen tijdens de Koude Oorlog, worden meegenomen in een geschiedenis waar ze weinig in hebben kunnen ingrijpen.

Withuis heeft geen begrip van het christendom en begrijpt Juliana’s hunkering naar God en een door God geschonken bestemming niet. Bij de slotconclusies in het boek merkt Withuis nogmaals op hoe gevaarlijk Juliana’s vatbaarheid voor esoterie en complottheorietjes was, hoe onbegrijpelijk dat Juliana daar geen weerwoord op kreeg. Een mij logische redenatie van Withuis. Maar ze vervolgt met eenzelfde verbazing over Juliana’s religiositeit als geheel. En daar constateerde ik dat een andere biograaf dit beter had kunnen begrijpen. Dit zit nu eenmaal niet in Withuis’ vezels.

Een biografie is zo sterk als zijn biograaf. Natuurlijk al omdat die biograaf goed onderzoek moet doen en de kunst moet verstaan geschiedenis en persoonlijke beweegredenen te analyseren. Maar achtergrond, merkte ik ditmaal, speelt merkwaardig sterk mee. Withuis is één van de meest capabele biografen in het Nederlands taalgebied, maar wanneer de achtergrond van de biograaf zo verschillend is van die van de hoofdpersoon, dan blijft een deel van het karakter van de hoofdpersoon in de schaduw.

Goed onderzoek kan niet vervangen wat de biograaf als eigen achtergrond meeneemt. Begrip komt niet volledig voort uit analyse, maar ook uit gedeelde levenservaring. Biografieën zijn kwetsbaar werk.