Rekenschap

Vertical_Subtraction_Method_A_Step_8

Het is meer een stelling en geen feit. Een betekenisverandering die ik misschien onterecht veronderstel. Misschien is die betekenisverandering er echt: is identiteit niet datgene aan ons waar wij publiekelijk rekenschap over geven – en niet meer dan dat?

Meermaals heb ik het hier over identiteit gehad en vermoedelijk spreek ik mijn eigen teksten van vroeger nu tegen. Zeker als we welvarend zijn en tijd hebben om na te denken over onszelf, ontstaat de vraag naar onze identiteit vanzelf. Wie zijn wij, wat zijn wij? Wat is mijn publieke persona, wat ben ik maar hoef ik juist niet te delen met het publiek? Vooral dat onderscheid lijkt verloren te gaan tegenwoordig.

Eén van mijn hobby’s is het genieten van mooie stoffen. Ik verzamel plaatjes daarvan op Pinterest, ga naar musea waar mooie stoffen worden tentoongesteld en kijk op stoffenmarkten en in -winkels naar mooie motieven, weeftechnieken, glans, enz. Mijn hobby’s zijn een deel van mij, maar ik ben mijn hobby’s  niet. Dat zullen de meesten van jullie ook over jullie zelf en jullie hobby’s zeggen. Is daarmee je hobby wel of geen onderdeel van je identiteit?

Daar zat ik dus, onder andere ten aanzien van hobby’s, over te peinzen. Wanneer is iets onze identiteit en wanneer is het onze persoonlijkheid?  Ik dacht aan identificatie en legitimatie en kwam zo uit op identiteit als alleen datgene van onszelf waarover wij publiekelijk ter verantwoording kunnen worden geroepen. Ouderschap bijvoorbeeld. Dat komt met verantwoordelijkheden. De maatschappij mag iets over ons ouderschap zeggen, namelijk dat je wanneer je het gewoon niet rooit uit de ouderlijke macht kan worden ontzet. Een ander voorbeeld dient zich dan direct aan: het huwelijk of het geregistreerd partnerschap. Contracten waarmee we naast rechten ook plichten verkrijgen. Je belooft plechtig aan alle voorwaarden te zullen voldoen die de wet aan je stelt. Je bent verplicht aan elkaar zorg te verlenen in verschillende opzichten.

Je nationaliteit komt met bepaalde plichten. Een dienstplicht, in sommige landen. Dan gaat dat ook gepaard met je geslacht. In België is het je plicht om te stemmen. In Nederland komt in de nabije toekomst je plicht om te registreren waar je organen naartoe gaan na je dood. Verzaak je die plicht dan zijn je organen van je nabestaanden. Heb je geen nabestaanden, zijn je organen dan toch weer gewoon van jezelf?

Zo kom ik tot nog toe uit op vier onderdelen van onze identiteit: je geslacht, je nationaliteit, je huwelijkse staat en ouderschap.

Zijn er plichten aan je seksuele voorkeur? Niet echt.  Als je pedofilie een seksuele voorkeur beschouwt en geen posttraumatische stoornis van mensen die geen volwassen relaties kunnen aangaan, dan kun je wel van een plicht bij een seksuele voorkeur spreken. Pedofielen mogen hun voorkeur niet uiten. Maar je bent als hetero, homo, bi of aseksueel niet verplicht tot bepaalde handelingen. Je hoeft je niet te verantwoorden aan de maatschappij. Het staat niet geregistreerd. Ik ben dan geneigd om te zeggen dat je seksuele voorkeur onderdeel is van je persoonlijkheid maar niet van je identiteit.

Zijn er plichten aan je etniciteit? Los van dubbele paspoorten, die betrekking hebben op nationaliteit. Ik kan me er geen bedenken. Geen formele. Je kunt wel zaken als je plicht beschouwen. Zoals een vangnet zijn voor je sociale groep. Maar het is niet wettelijk tot je plicht te maken. Etniciteit wordt in sommige gevallen geregistreerd. Voor sociologische conclusies, vermoed ik. Dat is eigenlijk een omweg. Men wil conclusies trekken over groepscultuur en veronderstelt die per etniciteit.
Nu lijkt etniciteit mij eigenlijk geen onderdeel van je identiteit, als ik uit mag gaan van mijn hierboven gemaakte criteria. Maar het is dus identiteit gemaakt door een registratie.

Brengt je religie plichten voort. Ja. Moet je daar rekenschap over af leggen? Ja, op verschillende wijzen. Aan je gemeenschap, omdat je met elkaar op weg bent, en in negen van de tien gevallen van religie aan een hogere macht. Religie wordt in Nederland niet meer actief geregistreerd. Voor de bredere maatschappij is het je eigen verantwoordelijkheid. Maar ben je onderdeel van een gemeenschap en geloof je in een hogere macht, dan is de religie je identiteit voor je interactie met hun.

Komt je huidskleur met plichten? Medisch gezien kun je stellen dat je ‘verplicht’ bent langer in de zon te gaan als je een bruinere huid hebt. Omdat je meer tijd nodig hebt om voldoende vitamine D op te nemen. Maar niemand die je er rekenschap over af zal laten leggen als je dat niet doet. Verder wordt huidskleur niet geregistreerd en hoef je er geen verantwoording over af te leggen. Je huidskleur is niet je identiteit. Als ik mijn hier boven gestelde criteria mag volgen. Game changer.

Een voordeel van dit theorietje: waar ik geen verantwoording over hoef af te leggen is mijn zaak. Wat niet geregistreerd wordt kan me ook niet achtervolgen. Een wakende overheid is een kwetsbare macht. Bewaarde gegevens kunnen voor kwade doeleinden worden gebruikt.

Het is misschien gevoed door eenzaamheid of door de navolging van roem die tegenwoordig zo prominent is, maar we vragen steeds meer publiekelijk om erkenning. Mensen willen gezien worden, gewaardeerd, bekend, beroemd. We doen mee aan talentenjachten, reality shows, zwaaien naar de camera als we geld in het glazen huis gooien, sturen berichtjes naar de top 2000 om op tv vermeld te worden en denken dat onze mening ertoe doet op Twitter. We hebben identity politics waarmee we maatschappelijk veranderingen willen bewerkstelligen die onze identiteit dient. Dat is niet die identiteit zoals ik dat nu hier verzin. Niet een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We hebben voor dat doel een zo nauwgezet mogelijk etiket voor onszelf gevonden en dat wordt gediend door onze politieke acties. Die identiteit is gemaakt op aspecten van de persoonlijkheid. Huidskleur, seksuele voorkeur, gender, sociaal netwerk. Nu wijken we allemaal van elkaar af in persoonlijkheid en dus ook in ons gevoel voor identificatie. Politieke groeperingen op basis van waar je je persoonlijk mee identificeert zijn vloeibaar. De samenstelling en kracht wisselt voortdurend. De standpunten kunnen op elk moment een andere kant opgaan. Je hebt geen stabiele beweging om verandering mee te forceren.

En het is niet dat ik deze identificatie een waan vind. Ik wil alleen het voordeel voor het voetlicht brengen van het niet bestempelen van je persoonlijkheid tot je identiteit: niemand heeft er dan wat mee te schaften. Het is geheel aan jou.

Advertenties

Veganisme

vegetable-1278573_960_720

Mijn vader is veganist. Een eetpatroon waarvoor je per definitie voedingssupplementen moet slikken lijkt mij geen volwaardige voeding, maar mijn vader is een overtuigend redenaar. Zeker als hij zich in een onderwerp grondig heeft verdiept. Het argument dierenrechten acht hij niet zo van belang. Hij merkt dat zijn eigen gezondheid erop vooruit is gegaan. Dat kan ik mij voorstellen. Hij eet 100% plantaardig, met de hoofdrol voor groenten en fruit.

Omdat hij mij graag gezond ziet en omdat hij zich zo goed voelt dat hij het van de daken kan schreeuwen, heb ik een aantal veganistische (kook)boeken van hem gekregen. Daarnaast is veganisme zijn enige onderwerp zodra we elkaar zien. Ik weet er inmiddels aardig wat vanaf.

Ik zie er ook wel wat in. Het is een forse energiebesparing wanneer je zelf de groenten rechtstreeks eet en niet afhankelijk bent van het groeien van tussenstation dier om dat op te eten (ook in de vorm van zuivel). Je krijgt zo al veel meer groente binnen dan als omnivoor.

Wel heb ik gemerkt dat ik aardig wat tijd kwijt ben met het verzamelen van ingrediënten. Alle veganisten online zeggen dat dit went en dat je ervaren raakt, maar dat klinkt als ‘inderdaad kost het je dagelijks 2 uur, maar na verloop van tijd wil je daar ook 2 uur aan besteden’. Dat overtuigt me niet. En ik ben geschrokken op bijeenkomsten. Als je niet van tevoren aangeeft dat je veganistisch wil eten, is er niets te kiezen. Als je het wel aangeeft, krijg je je eten een half uur later dan de rest. Een bevriende veganist knikte herkennend toen ik het hem vertelde. Hij gaf me de tip altijd iets te snacken in je tas mee te nemen. Er is gewoon een gerede kans dat je anders niet eet.

De reacties zijn in mijn korte testperiode over het algemeen verbaasd en negatief geweest. Veganisten hebben een bijster slechte reputatie. Aanstellers, moeilijkmakers, evangelisten, sfeerbedervers. Het is verbijsterend hoe mensen die het eigenlijk goed met je voor hebben je dan als nodeloze test zuivel voorzetten. Nu ben ik gevoelig voor kritiek, dus ik noemde het op een gegeven moment maar helemaal niet meer en at veganistisch met smoesjes.

Al met al is het me in die testperiode ook niet heel goed gelukt. In van alles zitten dierlijke middelen. Diezelfde bevriende veganist zei dat veganisme altijd een poging-tot is. Een ritje in het openbaar vervoer, met leren stoelen, betekent al dat je dierlijke producten gebruikt. Het was mij nou ook weer niet te doen om het volledig uitbannen van dierenleed, maar veganistisch leven kwam op me over als buitengewoon gecompliceerd.

Qua ingrediënten vind ik veganisme erg geslaagd. Inhoudelijk klinkt het als een utopie. Maatschappelijk is het heel moeilijk vol te houden.

Groepspedagogiek

The_World_Affairs_Council_and_Girard_College_present_Bill_Cosby_(6344413702)_(cropped_to_Cosby)

Toen Bill Cosby nog kón, jaren geleden, bereikte hij de publiciteit met een pleidooi voor meer ruggengraat en zelfredzaamheid bij de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten. Het was tegen het zere been. Cosby veroordeelde het slachtofferdenken en pleitte ervoor dat de zwarte gemeenschap in zichzelf investeert. Eigenlijk kun je met Bill Cosby helemaal niet meer aankomen, maar had hij een punt?

Etnisch profileren en de verwachting van politieagenten dat zwarte mannen per definitie zullen schieten zijn schering en inslag. In de afgelopen jaren zijn vele zwarte mannen het slachtoffer geworden van de (niet zelden racistische) aannames van politieagenten, van bezuinigingen op het goed trainen van die agenten bij stress-situaties en van de spijtige ervaring van politieagenten dat zwarte mannen inderdaad vaak schieten. Het gevolg is dat zwarte jongens opgroeien met geheel eigen en absurde gedragsregels in de openbare ruimte. Geen handen in je zakken stoppen, altijd overmatig beleefd blijven tegen agenten, accepteren dat je in je mooie zelf gekochte auto vaker staande gehouden zult worden. Een ander gevolg is Black Lives Matter, dat terecht breed de aandacht vraagt voor de vooroordelen van de politie en de dodelijke gevolgen daarvan.

Vanzelfsprekend is het beter trainen van de politie een oplossing van het probleem. Niet verstarren bij stress-situaties, zicht blijven houden op de realiteit en een zo breed mogelijk scala van vooroordelen hebben zodat je niet automatisch voor die ene gaat. Het kan goed zijn dat vooroordeel nr. 23 de huidige situatie is.

Een andere, banalere, oplossing voor etnisch profileren en racistisch politiegeweld zou zijn als de groepen die eronder lijden een minder opvallend onderdeel zijn van het reguliere daderprofiel. Zoals elke simpele racist het al zegt: als er niet zoveel indianen/zwarten/Marokkanen/Joden werden genoemd als gezochte criminelen, zouden ze minder als hele groep daarop aangekeken worden. Lekker makkelijke conclusie, maar hoe voorkomen de groepen als geheel de criminaliteit van een deel? En zijn ze wel één groep?

Na verschillende aanslagen door islamitische terreurgroepen werd telkens door anonimi  en politici gevraagd aan ‘de’ islamitische gemeenschap om deze aanslagen te veroordelen. Sommige moslims deden dat direct en ronduit. Vanzelfsprekend. Ze zijn tegen moord en terreur. Andere moslims vroegen zich af wat het dan deed als zij het veroordeelden. Wie van de (potentiële) terroristen luistert daarnaar? Wat heeft de maatschappij aan een veroordeling van terreur door de moslim op de hoek?

Ik vermoed veel. Ik vermoed effect. Al kan ik daarmee niet beweren dat moslims en welke andere groep dan ook verplicht zijn om amoreel gedrag altijd en als antwoord te veroordelen. In mijn eigen club is een grootscheeps schandaal aan het voortslepen ten aanzien van seksueel misbruik. De clerus heeft er (ten lange leste) veroordelend op gereageerd. De leken reageerden sneller en massaal. Een groot deel zei vaarwel. Van de mensen die bleven, was er een aanzienlijk aandeel dat opheldering, straf en scherpe maatregelen voor de toekomst eiste. Voor wie het buiten de Kerk niet gezien heeft: er is heftig veroordelend gereageerd. In de publieke opinie heerst zodoende nu het idee dat de clerus laks is en daarentegen dat de leken het seksueel misbruik niet in de hand hebben gewerkt.

Een sociaal netwerk helpt altijd. Mensen die ontsporen hebben een vangnet nodig. Dat zijn familie en vrienden, maar dat zijn ook de maatschappelijke groepen waartoe je behoort. Ook die maatschappelijke groepen waar je nooit voor gekozen hebt, zoals je etniciteit. Buurtvader-projecten en aanverwante sociale controle bewijzen dat betrokkenheid, het stimuleren van sociaal wenselijk en het afkeuren van asociaal gedrag werken – ook als je niet bevriend of genetisch verwant bent.

Het afkeuren van aanslagen zal een doorgewinterde terrorist niet verwarren. Die denkt dat iedereen behalve hij afvallig is. Maar voor de jongens aan de zijlijn die hun leven van betekenis willen maken, is het buitengewoon belangrijk dat in de verste verte iedereen terroristisch martelaarschap grondig afwijst.

Cosby had gelijk dat de zwarte gemeenschap zichzelf moet helpen. Hij had meer mogen erkennen dat een slechte startpositie (gebroken gezin, verscheurende armoede, slecht onderwijs, beroerde woonomstandigheden, gezondheidsproblemen) alles bemoeilijkt, maar het maakt uit als je allemaal uitkijkt naar elkaar. Als geaccepteerd wordt dat jouw kind ook wordt opgevoed door mensen om je heen. Als door kinderen, door jongeren, gezien wordt dat ze met positief gedrag het verschil maken. Voor zichzelf en voor anderen.

 

 

Civitas Christiana

Photograph_of_3_men_in_suits_participating_in_the_Alma,_WI_dam_dedication._-_NARA_-_282433

Als je wil dat mensen je standpunt willen leren kennen, dan moet je hun nieuwsgierigheid wekken. Als je dus de schadelijkheid (en smakeloosheid) inziet van de reclames van SuitSupply, plak dan geen maandverband op de posters – zoals feministen bij een vorige, vrouwonvriendelijke reclamecampagne deden en ga ook niet met folders en spandoek rond een abri staan bij het Keizer Karelplein in Nijmegen. Je wekt in beide gevallen weerzin in plaats van nieuwsgierigheid.

Afgelopen week protesteerde de behoudend-katholieke groep Civitas Christiana in Nijmegen tegen de ietwat homofiel getinte reclamecampagne van SuitSupply. Nu staat SuitSupply (verkoopt herenkostuums) bekend om hun reuring opwekkende reclamecampagnes. De feministen reageerden al tweemaal heftig op een reclamecampagne waar vrouwen als blote decoratie of seksobject werden afgebeeld. In 2016 was de tegenreactie door verder niet-georganiseerde feministen een actie maandverband plakken op abri’s en etalages van SuitSupply. Het bedrijf spint daar garen bij. Slechte publiciteit is ook publiciteit. Onderwerp van gesprek bij de koffieautomaat en het nuchtere volksdeel gebruikt de kans om weer eens te zeggen dat mensen zich niet zo druk moeten maken want wat geeft een stel blote billen nou?

Ik ken Civitas Christiana niet. Dat kan heel goed aan mij liggen. Eerder kende ik Mother Angelica ook niet en dat bleek een Amerikaanse celebrity te zijn. Als Civitas Christiana mij eerst even gebeld had, had ik ze het volgende geadviseerd:

“Ok, je hebt dus een standpunt over afbeeldingen in de openbare ruimte die neigen naar (homo-)erotiek. Je wil ertegen protesteren. Je wil dat een breder deel van de samenleving weet dat je dit niet acceptabel vindt, dat je het geen openbare afbeeldingen vindt. Nee, je kunt er met spandoeken bij gaan staan, afspraken maken voor een cameraploeg en dan een klinkende uitspraak doen. Dat kan. Zorgen dat het kort en krachtig is, zodat er niet in je uitspraak geknipt kan worden. Je kunt erop rekenen dat er tegen-protest is, dat er over je gesproken zal worden. Man, je kunt er zelfs op rekenen dat mensen jouw groep gebruiken zullen om zichzelf verhevener, correcter en toleranter te bewijzen. Je zult dienen als een voorbeeld van hoe het niet moet. Zonder dat men werkelijk naar je mening heeft geluisterd. Jij bent tegen de liefde. Jij maakt mensen verdrietig. Jij bent fout.”

“Als ik je dan toch een tip mag geven: huur een abri en maak een poster met een variatie op SuitSupply. Bijvoorbeeld van een stel goedgeklede heren die bij een tweede keer kijken elkaar blijken bij te staan in een moeilijke situatie. Het lijkt alsof de ene man wordt versierd door de ander, maar nee, hij wordt in zijn rolstoel geholpen. Die vrouw die volgens SuitSupply dwars over het aanrecht wordt genaaid, die blijkt op jouw poster bij nader inzien gered te worden van verstikking met een heimlich-greep. Je hebt maar één of twee abri’s nodig en bel dan een programma als Editie NL of laat iemand anders bellen om er de aandacht op te vestigen. Dan wordt je daadwerkelijk geïnterviewd en kun je zeggen dat je dankbaar bent dat SuitSupply zoveel publiciteit genereert voor jouw standpunten, dat je begrijpt dat intieme beelden de aandacht langer vasthouden en sneller het onbewuste idee geven dat je door het kopen van zo’n pak ook goed gezoend zult worden. Dat je aan hebt willen tonen dat met andere beelden nog beter gescoord zou kunnen worden. En dat je wil zeggen dat…(en houdt dit bondig)…je zoenende mannen niet gebruikt wil zien worden door commerciële partijen om te scoren via choqueren. Dat er absurde reclames in de openbare ruimte hangen en dat dit een mechanisme van de glijdende schaal is. Als deze posters geen effect van verwondering meer op ons hebben, dan wordt de nieuwe grens van ons verwachtingspatroon opgezocht. Totdat de reclames ons afstompen en we uit lijfsbehoud niets meer ons willen laten raken. Vertel tot besluit dat je bereid bent tot meer reactionaire acties. Dat men je in de gaten mag houden.”

“Je hebt nu nog geen tijd gehad om te vertellen dat je iets tegen het praktiseren van homoseksualiteit hebt. Je hebt, gelukkig, ook nog niet kunnen zeggen dat God man en vrouw voor elkaar geschapen heeft. Gelukkig, want dat argument werkt niet in Nederland anno 2018. Daarmee verzeil je automatisch in een andere discussie dan je beoogt: God? Moeten we daar iets mee?”

“Straatinterviews of soundbites waarin welluidend en volgens de regelen van de argumentatieleer werd uitgelegd wat je tegen het praktiseren van homoseksualiteit kunt hebben, bestaan bij mijn weten niet. Als jij een goed doortimmerd verhaal hebt, kost het je tijd dat uit te leggen. Gun jezelf en je luisteraar die tijd. Zet jezelf niet in de positie waarmee je makkelijk weg te zetten bent als een hater of een vijand. Wek nieuwsgierigheid en doe in helder gedefinieerde stappen uit de doeken wat je denkt.”

Ludiek

“Nog een laatste tip: doe nooit ludiek. Nog nooit heeft een ludieke actie iets opgeleverd. De Amerikaanse Burgerrechtenbeweging deed niet aan ludiek. Het verzet in het Oostblok deed niet aan ludiek. De Nederlandse verpleegkundigen die betere arbeidsvoorwaarden willen, die doen aan ludiek. Je ziet waar het je zal brengen.”

Dat had ik met ze doorgesproken. Als ze me van tevoren hadden gebeld.

Under the banner of heaven, een boekbespreking

underthebannerofheaven

Wordt dit wel een boekbespreking? Ik zit dit in spanning met jullie af te wachten. Nu al weet ik een groot risico te lopen om de overstap te maken van de inhoud van het boek naar de inhoud van het ridicule geloof waar het boek verslag van legt. En ridicuul is mijn eigen bestempeling.

Boek en documentaire

Jon Krakauer, bestseller-auteur van Into the Wild, over een tiener die zijn burgerlijk leven plotseling vaarwel zegt en gaat zwerven richting de wouden van Alaska, schreef Under the banner of heaven naar aanleiding van een ontvoeringszaak. Zoals ik deze boekbespreking het risico loop over dat ridicule geloof te gaan schrijven, zo heeft Krakauer zelf dat risico ook gelopen en niet kunnen ontwijken. Zijn onderzoek naar de ontvoeringszaak meanderde richting de religieuze achtergrond van slachtoffer én dader. Ze waren leden van dezelfde religie en waarschijnlijk is de ontvoering geslaagd omdat de dader religieuze dreigementen uitte die het slachtoffer heel goed verstond vanwege haar achtergrond. De fascinatie voor de absurde religie van Under the banner of heaven heeft Krakauer gehouden, want jaren later maakte hij met Ron Howard een documentaire onder diezelfde naam en spitste zich daarin toe op een splinterbeweging van de religie: de fundamentalist church of Jesus Christ of Latter Day Saints (FLDS), een kerk waar ik eerder hier kort over blogte. Het was die documentaire die ik eerst zag, waarna ik het boek op zocht om te lezen.

De documentaire

Krakauer en Howard spitsen zich in de documentaire toe op Warren Jeffs, de nu gevangen zittende leider van de FLDS met zijn manipulaties, zijn seksueel misbruik van jonge kinderen en zijn stimuleren van kinderarbeid. Ik geef eerlijk toe dat ik de documentaire drie keer heb gezien. Omdat het nieuwsgierigheid naar het boosaardige in mij opwekte. Er zijn oorspronkelijke geluidsopnames in de documentaire opgenomen van Warren Jeffs die één van zijn piepjonge bruiden publiekelijk ontmaagd, waarna zij hem moet bedanken. Ik zeg dit erbij als aanwijzing van het in mij opgewekte voyeurisme. Ik was perplex dat zulke opnamen bestaan en beschikbaar zijn. Ik ben naïef, want de ene na de andere sekstape komt ook overal beschikbaar. Dat voyeurisme van mij neem ik mezelf kwalijk. Beschouw dit als een openlijke biecht.

De religie

Krakauer spreekt in zijn boek maar relatief kort over Warren Jeffs. Er zijn ook zo veel facetten om op in te gaan. Under the banner of heaven gaat over de Kerk van de Heiligen der Laatste Dagen (Latter Day Saints of: LDS). Het is de enige religie met miljoenen-aanhang die in de nieuwe wereld is ontstaan. Je kent ze ook wel onder de naam mormonen. In mijn vakgebied zijn de mormonen beroemd omdat ze fors investeren in genealogisch onderzoek. Daar wordt in het boek niet uitgebreid op ingegaan, maar dat genealogisch onderzoek dient om te wederdopen. In het mormoonse geloof kunnen overleden zielen alsnog ‘gered’ worden en met redding bedoelen ze opname in de religie. De mormonen zijn zo van deze redding overtuigd dat ze ook de slachtoffers van de shoah uitzoeken en alsnog dopen. Ze hebben daarin geen empathie. Wat ik ook al ergens had opgevangen voordat ik het boek las, is dat mormonen niet onder invloed mogen raken van substanties. Ze drinken dus geen alcohol, maar ook geen koffie en thee. Schijnt.

Dat exotisme wordt ruimschoots aangevuld in het boek. Vooral bij de stichting en de groei van de religie staat Krakauer uitgebreid stil. Joseph Smith, de man die zei profetieën ontvangen te hebben op een heuvel in Pennsylvania, is de stichter van deze nieuwe religie. Hij had een halve opvoeding genoten in christendom en daarom komt een redelijk deel van deze religie bekend voor. Daar heeft hij geput uit wat hij al wist. De verdere boodschappen die Smith kreeg van de engel Moroni op die heuvel zijn in zo’n zelfde mate absurd en onrealistisch als de naam van die engel dat ik elke bladzijde weer verbaasd was dat er serieus mensen ingetrapt zijn.

Wat tekent de religie nog meer, behalve absurditeit en hun beroemdste wapenfeit: de veelwijverij? Het zijn zeer hardwerkende mensen. Mormonen staan in de Verenigde Staten bekend als rechtlijnig, bescheiden levend, bekeerziek en wapenlievend. Vooral vanwege hun veelwijverij zijn ze hard bestreden in de 19e eeuw. Aan de kant van de mormonen én evenzo aan de kant van hun tegenstrevers zijn vele doden gevallen. Krakauer schrijft over doofpotaffaires bij massamoorden door mormonen. Na het lezen van het boek begreep ik dat aan de mormoonse zijde van de Verenigde Staten sterke behoefte is aan vrije beschikking over wapens door burgers. Ze vrezen anders vermoord te worden door hun tegenstanders.

Het boek

Het leest als een speer. De religie, de geschiedenis, de kopstukken – alles is zo absurd en misdadig dat je het verhaal niet weg kunt leggen. Krakauer is positief over het harde werken en het streven naar morele zuiverheid van gewone mormonen, maar dat is ook het enige. Je merkt dat hij de kerk, de theologie, de profetieën (die echt elke gelovige, wanneer dan ook legitiem kan hebben en mededelen) en de veelwijverij verafschuwt. Ben ik te zeer beïnvloed door Krakauers eigen negativiteit? Ik denk niet dat me dat gelukt zou zijn. Het was vooraf aan het lezen van het boek net zo duidelijk als erna: deze religie deugt niet. Theologisch niet. Het is onzin. Dat zullen veel mensen van alle religies zeggen, maar er zijn checks and balances in andere religies. Dit is door een stel kinkels bij elkaar verzonnen en mensen die de verdediging en kracht van een groep zochten, hebben zich hierbij aangesloten. De mormonen hebben geen checks and balances. Er is geen enkele controle mogelijk op de profetieën. De formele instantie van de kerk in Salt Lake City probeert het wel, maar heeft geen theologische grond om een bewering af te wijzen. Hun fundamentele theologie stelt dat je elke dag willekeurig welke opdracht van God kunt krijgen en dat dit geldig is.

Nog een spoiler

De Amerikaanse regering heeft eind negentiende eeuw de mormonen diplomatiek klem gezet. Als ze niet zouden stoppen met de veelwijverij, zouden ze niet kunnen leven in de Verenigde Staten. Sindsdien is het formeel verboden binnen de kerk en houdt men zich aan monogamie of trouwt men formeel met maar één van hun vrouwen.

Die veelwijverij, die kwam tot stand omdat Joseph Smith toen hij eenmaal macht had, ook jeuk kreeg. Hij doorzag dat hij kansen had op avontuurtjes als leider en kon zich er niet van weerhouden. Tot zijn drommelse geluk kreeg hij juist op dat moment de openbaring dat het de bedoeling is dat mannen met zoveel mogelijk vrouwen trouwen en dat vrouwen maar met één man trouwen. God danst naar onze pijpen.